Boekbesprekingen

Boekbesprekingen

Ewout Kattouw – Wie is er nu eigenlijk gek?
Erik Thys – Psychogenocide
Margreet de Pater – De eenzaamheid van de psychose
Stijn Vanheule – Waarom een psychose niet zo gek is

Ewout Kattouw – Wie is er nu eigenlijk gek?

Ewout Kattouw heeft alle reden om heel kwaad op de psychiatrie te zijn. 

Op zijn 18e toen hij zich ongelukkig voelde tussen zijn leeftijd genoten en na een paar eenmalige bezoeken aan een RIAGG contact zocht met zijn huisarts kreeg hij Efexor in plaats van gesprekken. Hij werd na het nemen van dit door dokters gewaardeerde antidepressivum heel erg depressief. 

Sindsdien volgde er een martelgang langs veel behandelaars en veel instituten en heel erg veel verschillende soorten medicijnen en diagnosen. Hij zag menigmaal de separeer van binnen. Tja het medisch biologische model hij geloofde er toen zelf ook in. 

Hij had daarentegen baat bij dagbesteding waarbij hij dieren verzorgde. Maakte deel uit van een team waar vertrouwen heerste in contrast met de sfeer op  de afdeling. 

En ontmoette na 15 jaar een dokter die het anders wilde maar hij geloofde zelf nog in de biologische psychiatrie. Hij nam evenwel nu zelf meer zijn eigen regie. Hij las van alles over de diagnosen die hij kreeg en de vele soorten medicatie (40 medicijnen en 21 DSM labels). Hij kreeg ook nog een cardiomyopathie.

Hij ging vrijwilligers werk doen.

Hij besloot zijn leven te veranderen nadat hijzelf een opleiding deed voor ervaringsdeskundige. Hij besloot zijn medicatie af te bouwen. Het laatste antidepressieve medicijn bouwde hij in 3 maanden af. Hij had 2 jaar ernstige onthoudingsverschijnselen. Hij merkte evenwel dat hij weer contact had met zijn emoties. 

De EMDR therapeut kenmerkte zijn toestand als een posttraumatische stress stoornis

Wat ik behalve deze nauwkeurige beschrijving van zijn ervaringen goed vind aan het boek dat hij oude behandelaren en  deskundigen ook op biologisch gebied geïnterviewd heeft en zo tot een zeer genuanceerd, mild en wijs oordeel komt.

Het is verleidelijk om nu een polemiek te houden tegen de biologische door farmaceutische industrie beïnvloedde psychiatrie, maar Ik bedacht me dat ik ook patiënten heb behandeld met veel verschillende medicijnen met een averechts effect. 

Een studiedag over houden? Over de val waar en psychiater en patiënt zich bevinden in het psychiatrische systeem?

Margreet de Pater

Erik Thys – Psychogenocide

Erik Thys is psychiater en actief in de zorg voor psychose.

Op wetenschappelijk gebied onderzoekt hij psychose, creativiteit, kunst, stigma, en het lot van psychiatrische patiënten tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Hij is tevens kunstenaar en componist-muzikant. Hij organiseert regelmatig tentoonstellingen over Kunst en Psychiatrie.

Als voorzitter van VZW KAOS is hij nauw betrokken bij AREAS, de unieke artistieke residentie in de psychiatrie wat staat voor ARTISTIC RESIDENCY, ENCOUNTER AGAINST STIGMA. 

Kunstenaars worden uitgenodigd om samen te wonen en te werken met collega-kunstenaars met een psychische kwetsbaarheid, waarna het resulterend werk tentoongesteld wordt.

In zijn doctoraatsthesis “Fruitful and Fragile Minds, An historical overview and a systematic review of the empirical study of the link between creativity and psychopathology and its implication for stigma”, beschrijft hij een studie over de relatie tussen creativiteit en geestelijke ziekte. 

Hij onderstreept dat het belang van creativiteit niet mag worden onderschat. 

Hij hoopt dat door stil te staan bij de unieke kwaliteiten die mensen met schizofrenie, psychose-gevoeligheid en bipolaire stoornis vertonen een nieuwe beeldvorming van deze fenomenen kan ontstaan die het stigmatiseren kan indijken. 

De intuïtie dat er een link is tussen creativiteit en psychiatrie gaat terug tot in de Oudheid en leeft tot heden ten dage voort.  In zijn studie schetst Erik Thys een selectief historisch overzicht van de visie op dit verband en preciseert dat deze vooral de Westerse wereld geldt.

Dit leidt tot een conclusie dat in de bestaande literatuur over dit verband er een breed spectrum aan theorieën en benaderingen bestaat en dat er een nood is aan een consistente multidisciplinaire en bruikbare definitie van het begrip creativiteit.

Essentieel in de studie is een pleidooi voor het valoriseren van eigenschappen die bij mensen met  psychiatrische symptomen voorkomen die in de huidige maatschappelijke context zeer onderschat en genegeerd worden. Bepaalde waarden en opvattingen over creativiteit werken negatief stigma in de hand. Onderzoeken op welke manier deze mensen constructief kunnen bijdragen en hoe ze de medische wereld kunnen helpen opnieuw een relatie aan te gaan met psychologische, sociale, en culturele dimensies die nu uit het zicht dreigen te geraken kan leiden tot positief stigma die integratie in het gewone werkveld bevordert. 

Het is een feit dat creativiteit een belangrijke menselijke kwaliteit is waarop veel menselijke realisaties gebaseerd zijn.

De realiteit laat zien dat ondanks alle inzet om schizofrenie van een negatief beeld te bevrijden er wat dit betreft een grote tendens tot negatieve stigmatisering blijft bestaan, waar jammer genoeg de media aan blijven meewerken.

Op deze wijze is de menselijke diversiteit evengoed in gevaar als de bio-diversiteit in de natuur.

Hieronder een treffend citaat uit een lezing van Erik Thys over kunst, muziek en kwetsbaarheid.

‘Daar waar het mes van de normen snijdt ontstaat de wonde.’

Erik Thys schreef eveneens het boek: 

“Psychogenocide. Psychiatrie, kunst en massamoord onder de nazi’s”.

psychogenocide
Psychogenocide

In het voorwoord schrijft Paul Verhaeghe: 

‘Dit is een vreselijk mooi boek. Mooi, omdat het goed geschreven is, kunst toont en wetenschappelijk stevig onderbouwd is. 

Vreselijk omdat het bewijst hoe wetenschap, hoe mensenwetenschappers in dienst van de macht andersdenkenden kunnen vermoorden en dit bovendien wetenschappelijk verantwoorden. In menig opzicht is dit een les voor deze tijd, daarom is dit ook een belangrijk boek.

Normaliteit berust op een grotendeels ongeschreven collectieve afspraak over de krijtlijnen waartussen wij ons leven met de ander en met onszelf uitbouwen. 

Wie normaal is, volgt de geplogenheden binnen de belangrijke sociale verhoudingen (gender, opvoeding, beroepsleven) 

met in het hart daarvan de verhouding die we tegenover onszelf innemen. Maar elke mens botst vroeg of laat op de limieten van die normen en dus op de limieten van het mens-zijn.’

In het eerste hoofdstuk van zijn boek schrijft Erik Thys: 

‘De verschrikkelijke behandeling van psychiatrische patiënten, mensen met een beperking en chronisch zieken tijdens het naziregime, van gedwongen sterilisatie tot systematische massamoord, heeft honderdduizenden slachtoffers geëist. 

Dat dit grootschalige en schrijnende drama tot nog toe -om het zacht uit te drukken-onderbelicht is gebleven, komt onder meer tot uiting in het feit dat het niet eens een naam heeft gekregen. (…) 

Omdat we menen dat een naam een volwaardige erkenning is, veroorloven we ons een nieuwe term ‘ Psychogenocide ‘ voor te stellen.’

Hij toont aan dat de eugenetica, een ideologie die ervan uitgaat dat het genetisch materiaal van een bevolking verbeterd kan en moet worden in direct verband staat met psychogenocide. En verder: 

‘ Hoe de kunst een slagveld wordt van de vernietigende nazi-zuivering en hoe dit onbedoeld een monumentaal modern kunstproject oplevert. 
En hoe psychiatrische patiënten steeds meer in het nazi-vizier komen.’

‘Hoe het artistieke werk van psychiatrische patiënten een belangrijke inspiratiebron wordt voor de moderne kunst, gelijktijdig met de opkomst van het nazisme. En hoe die invloed zich tot vandaag laat gelden.’

‘Hoe artistieke gevoeligheid en psychische kwetsbaarheid twee zijden van hetzelfde muntstuk zijn. En hoe de huidige wetenschap naar dit oeroude vermoeden kijkt.’

Een uitgebreide studie en overzicht volgt van de uitzuiveringsdrift van de nazi’s om onder meer in te zoemen op  ‘ Hoe psychisch kwetsbare moderne kunstenaars dubbel geviseerd worden. Hoe hun levens vernietigd worden, maar hun creaties overleven.’

In dit verband schrijft Erik Thys: 

‘De insteek van dit boek om psychiatrie, naziterreur en kunst met elkaar te verbinden kan misschien wat ongepast lijken. Tegenover de vernietiging van duizenden mensenlevens kan de aandacht voor kunst als enigszins luxeprobleem overkomen. Maar het belang van kunst kan niet overschat worden. Kunst kan uiteraard niet in de weegschaal gelegd worden tegenover een mensenleven, maar zeker is dat kunst de dood overstijgt. Wie schrijft, die blijft. Kunst is wat blijft van verloren beschavingen en vergeten mensen-een klein deel van de gemeenschap-die meer dan een speciale gevoeligheid delen met ernstige zieke psychiatrische patiënten. Het zijn niet alleen verwante zielen, het zijn verwante mensen.’

Bij hun uitzuiveringsacties betrekken de nazi’s ook artsen, die bovendien een sleutelrol toebedeeld krijgen: 

‘De massamoord had over de hele lijn een medische aura, met academici aan de top en ambitieuze en vaak minder bekwame artsen op de werkvloer.’

Erik Thys belicht verder ook het lot van psychiatrisch patiënten in Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog, alsook gaat hij in op de nasleep van de Psychogenocide.

Maar vooral ook op: 

‘Hoe de wortels van de Psychogenocide vandaag opnieuw een voedingsbodem kunnen vinden en waar de mogelijke kwetsbaarheden van de huidige maatschappij en medisch praxis hiervoor liggen.’

Wat leidt tot deze woorden: 

‘Het lijkt erop dat de stigmatisering en discriminatie van deze mensen, die de vredestijd al een realiteit zijn, de voedingsbodem kunnen vormen voor een verdere evolutie naar volgende stadia als doenlijke verwaarlozing of genocide in oorlogstijd. Daarom is het noodzakelijk om tegen psychiatrisch stigma en discriminatie te strijden en ook te zorgen voor goed uitgebouwde patiënten-vertegenwoordiging, juridische omkadering en advocacy.’

Gelukkig is er hoop! 

De auteur schetst aan het eind van zijn machtig boek een aantal positieve, hoopgevende ontwikkelingen die tonen hoe belangrijk het directe contact is in de verhouding arts en patiënt.  

‘ Direct contact geldt gebruikelijk als het beste wapen 

tegen om het even welke vorm van stigmatisering.’

En wat de situatie in België betreft: 

‘In België heeft de overheid enkele jaren geleden  duidelijk de kaart getrokken van de  ‘ zorg voor de gemeenschap ‘ wat de psychiatrie betreft. Dit wil zeggen dat patiënten bij voorkeur in hun eigen leefsituatie worden opgevolgd en zo min mogelijk ziekenhuizen. Daartoe wordt de capaciteit van ziekenhuizen verkleind en worden de hulpverleners die zo beschikbaar worden, ingezet in de psychiatrische thuiszorg. Dit is een belangrijke omwenteling die alle kans op slagen verdient. Voor zover ze niet uitsluitend economisch gemotiveerd is en ook nog oog heeft voor mensen die geen plaats in de gemeenschap vinden.’

Een boek dat de moeite waard is om lezen voor wie zich de ernst wil realiseren van wat een mens ertoe kan bewegen anderen te veroordelen en zelfs uit te roeien en hoe dit subtiel doorwerkt in elke neiging tot stigmatisering. Met tussen de regels te lezen een warm pleidooi voor het achten en valoriseren van psychische kwetsbaarheid.

Ter afronding een krachtig citaat van Elie Wiesel: 

‘De doden vergeten staat gelijk met hen een tweede maal doden.’

Andere publicaties van Erik Thys:

Co-auteur van Het Geheim van De Hersenchip. Zelfgids voor mensen met Psychose. Marc De Herdt, Geerdt Magiels, Erik Thys.

Samen met Marc De Herdt  auteur van Alles of niets. Zelfhulpgids voor mensen met een bipolaire stoornis.

Samen met Autisme Centraal auteur en tekenaar van Het Geheim van de Ruimtelift. Een stripverhaal over autisme.

De Brusselse vzw Kaos www.vzwkaos.be

(Kunstatelier Opperstraat) 

KAOS wil fungeren als een katalysator voor kunstprojecten met een link naar psychiatrie. Door het artistieke te laten primeren wil KAOS de muren slopen tussen insiders en outsiders in de kunst én in de maatschappij. Het centrale uitgangspunt is dat creativiteit en psychische kwetsbaarheid twee zijden van dezelfde medaille zijn. KAOS ondersteunt en organiseert tentoonstellingen, voorstellingen, performances en concerten, zowel in het KAOS-atelier als op reguliere kunstplekken.

Daarvoor werkte KAOS al samen met onder meer WIELS, Bozar, Amuz, Kaaitheater en Muntpunt. 

Speerpunt van KAOS is de unieke artistieke residentie in de psychiatrie genaamd AREAS, wat staat voor Artistic Residency, Encounter Against Stigma. Kunstenaars worden uitgenodigd om samen te wonen en te werken met collega-kunstenaars met een psychische kwetsbaarheid, waarna het resulterende werk tentoongesteld wordt. Deze ontmoeting tussen verwante zielen vormt volgens KAOS de sterkste katalysator voor zowel meer begrip als sterke artistieke realisaties. 

In verband met de fotografie die in deze context tot stand komt neemt KAOS dit standpunt in:

‘Fotografie is immers een hedendaags en vandaag door smartphones sterk gedemocratiseerd medium waartoe al dan niet kwetsbare kunstenaars gemakkelijk toegang hebben, waardoor er ook vanuit de psychiatrie een beeldvorming ontstaat die authentiek, sterk en ‘ embedded ‘ is, die helemaal niet beantwoordt aan de cliché’s waarmee outsiderkunst inmiddels verbonden is geraakt en die juist wel naast het werk kan staan van meer geconsacreerde kunstenaars. Dit werk moet ook niet in een apart circuit getoond worden, maar zoveel mogelijk in het reguliere kunstcircuit. We vinden dat respect erin bestaat dat de artistieke criteria voor kunstenaars dezelfde moeten zijn en moeten primeren, vanuit welke achtergrond ze ook werken. Er is voor ons alleen kunst met een grote K….’

© Huguette Beyens

Margreet de Pater – De eenzaamheid van de psychose

Margreet de Pater

Margreet is sociaal psychiater. 

Sociale psychiatrie richt zich op de mens in zijn sociale culturele context. De interactie tussen de persoon en zijn omgeving wordt sterk onder de loep genomen en er wordt door begeleiding gewerkt aan het versterken van weerbaarheid. Grote zorg gaat uit naar het voorkomen van marginalisering en stigmatisering. Er wordt een brede waaier van behandelingswijzen gehanteerd.

Margreet heeft veel ervaring met het werken met families en schreef haar bevindingen neer in haar boek:

“De eenzaamheid van de psychose.  De rol van veilige strijd bij het ontstaan en het herstel van een psychose.”

Ze draagt het op:

‘Aan mijn vader die mij leerde zelfstandig te denken…. en aan mijn patiënten die dat ook doen , maar door niemand geloofd worden.’

In haar voorwoord schrijft ze: 

‘Ik behoor bij de ongelovigen: het zuiver biologische ziektemodel past niet met wat ik meemaak met familieleden en voor psychose vatbare mensen. Het is alsof het een verkeerd puzzelstukje is dat maar niet op zijn plek gewrongen kan worden.’

Werkend met patiënten en familieleden zocht ze naar een verklaring voor de vraag waarom patiënten slecht in staat zijn gevoelens en gedachten onder woorden te brengen die te maken hebben met hun verhouding met de mensen om hen heen? 

En zou er een therapie te bedenken zijn waardoor ze dat alsnog leerden?

Ze heeft het boek zo geschreven dat het toegankelijk is voor niet medici, mensen die een psychose gehad hebben, hun familieleden en andere geïnteresseerden.

de eenzaamheid van de psychose
De eenzaamheid van de psychose

De sporen in haar boek volgend zien we haar aan het begin van haar onderzoek een beschouwing formuleren:

‘Systematisch stonden we familieleden bij om overeind te blijven in hun relatie met hun psychotische familielid. Het ging er vaak heftig aan toe. We moedigden ouders aan grenzen te stellen aan het gedrag van hun psychotische familielid. We leerden hen ook waar ze géén dwingende invloed op konden hebben, net zo min als wij, en wat dus de verantwoordelijkheid van de patiënt zelf was: werken aan zijn herstel, verstandig leven.

Na zo’n proces met veel conflicten, gepaard gaande met woede en verdriet, werd de relatie tussen hen en hun voor psychose gevoelige gezinslid vaak beter. Menigmaal was de laatste in staat te vertellen over gebeurtenissen die het thema waren van de psychose, gebeurtenissen waar hij eerder nooit over gesproken had. 

Zegt dit proces iets over het omgekeerde? Dus niet alleen iets over hoe familieleden kunnen helpen met herstel, maar ook iets over processen die in de hand werken dat mensen kwetsbaar worden voor psychosen?’

Ze geeft aan dat in haar boek het verband wordt gelegd tussen conflicten, de ontwikkeling van het zelf, eenzaamheid en psychose. Mensen die een psychose krijgen hebben te weinig contact met hun zogenoemde kernzelf, dat met emoties verbonden is. Vooral het leren omgaan met heftige emoties zonder dat er ongelukken gebeuren komt centraal te staan in wat ze ‘ veilige strijd ‘ noemt.

‘Bij veilige strijd leren kinderen van andere mensen dat ze niet alles mogen, dat ze hun gedrag, maar niet hun gevoel moeten aanpassen aan de behoeften van andere mensen, maar dat die andere mensen ook rekening houden met hen. ‘(…)

‘Bij een psychose gaan alle remmen los. Daarbij lijkt het wel of elementen van het kenzelf als oude emoties in een gefragmenteerde vorm naar buiten komen. 

Wanneer het andere mensen lukt overeind te blijven -met name de mensen die het meest nabij staan- verdwijnt de noodzaak om emoties verborgen te houden. Het onderlinge contact groeit en de persoon die psychotisch was, wordt weerbaarder.’

Margreet besloot op een gegeven moment interviews van patiënten en familieleden af te nemen.

Ze schrijft in dit verband iets heel belangrijks. Dat ze vertrouwd was met de theorieën die een idee omvatten dat een psychose een teken was dat er een gezinsprobleem was. Vanuit een uitgebreide ervaring van werken met gezinnen kwam een heel ander verband naar voren: een psychose is een ramp voor een gezin. 

‘Gezinsleden ervaren dat ze hun psychotische kind, broer, zus of partner verliezen. Hij is niet meer degene die hij vroeger was.’

Het zou te ver voeren om alle aangesneden thema’s te noemen. Deze inleidende teksten om het boek te introduceren kunnen misschien verleiden om het boek te lezen en te ontdekken hoe zorgvuldig Margreet te werk gaat, hoe ze via de bestaande literatuur haar bevindingen verifieert en ook de recente onderzoekingen rond het functioneren van de hersenen erbij betrekt. 

Ze bevraagt ook hoe ze de psychosociale wortels van psychosen in kaart kan brengen.

Maar als een gouden draad doorheen het hele boek loopt de aandacht voor de eenzaamheid waarin een persoon die gevoelig is voor psychose beweegt.

Aan het einde van haar boek komt ze tot de conclusie dat het veilige-strijd-model een nuttige werktheorie is, waar nog verder onderzoek over open ligt en dat consequentie voor de behandeling heeft, zonder de strategieën die de patiënten zelf gebruiken om te herstellen uit het oog te verliezen.

Het boek is met veel respect voor ouders en familieleden geschreven. En als een soort slotakkoord noemt Margreet in haar uitleiding De psychotische mens als zenmeester.

‘Ik heb veel  van ze geleerd. Ik ben er een betere psychiater door geworden.’

‘Een zenmeester geeft onmogelijk opdrachten aan zijn leerling. Wat is hiervan de bedoeling? De bedoeling is dat de leerling teruggeworpen wordt op zichzelf. Hij bevrijdt zich van zijn conventionele denken en bedenkt creative oplossingen.’

© Huguette Beyens

Stijn Vanheule – Waarom een psychose nog zo gek niet is

Stijn Vanheule

Hieronder vind je het artikel te lezen en/of te downloaden van Marc Calmeyn, psychiater te Loppem, verschenen in het Tijdschrift voor Psychiatrie – Jaargang 63 – december 2021