Bijdragen van ervaringsdeskundigen

Bijdragen van ervaringsdeskundigen

Gewoon – een eerlijke en waargebeurde theatervoorstelling – 1 en 8 april 2022
Eddo Rats
Jeanny Severijns

Gewoon – een eerlijke en waargebeurde theatervoorstelling

GEWOON ~Annemiek en Olga~ is een eerlijke en waargebeurde theatervoorstelling.
Het gaat over het hebben van een (rand)psychose.
Een verhaal waaruit blijkt dat ze eigenlijk heel gewoon zijn.

Datum 1 & 8 april Inloop: 20:00 Aanvang 20:30
Adres: Enik Overvecht, Neckardreef 12 in Utrecht

Met een reservering via gewoonannemiekenolga@gmail.com is deze voorstelling gratis te bezoeken.
Na afloop is er een mogelijkheid om een vrijwillige bijdrage te geven.

Eddo Rats – Why I am a pirate

Why I’m a pirate

The COVID-19 pandemic is disrupting social lives all over the world. Some psychiatric investigations seem to indicate that there is one group who seem to be immune to this changing society. This group consists of  people who are susceptible to psychosis.
As someone, who in the past, has had such a tendency, I tried to formulate a hypothesis in order to explain this unusual phenomenon. It looks as if this research confirms  my own theory which is  that people who have psychotic experiences are people who are used to living and operating outside public opinion.  They have the experience of what it’s like to dissociate from culture. To dissociate from common norms and values.

Eddo aan het zeilen

During my search for recovery I noticed that it has to do with finding my way back into society and becoming a part of my own culture again. This process of reclaiming my rightful position in society had everything to do with rebuilding trust. This social trust is a mutual experience between people. It’s hard to build and easy to break. Knowledge of this fragile property of trust is an experience all people with psychotic experiences share. They survive this lack of trust by building private psychological  security systems that help them to survive in a society that takes this trust for granted, like fish in a fish tank take water for granted.

My personal psychological security system, that has kept me stable over the last seven years, is a three part system. During my life I have developed three kinds of skillsets that have helped determine my personality. At a young age I learned and practiced to sail. I also practiced how to play the guitar so I became a musician and was able to travel extensively from a young age without needing money. I also became a fully licenced Ham Radio operator at the age of sixteen. This licence enabled me to legally build and design radio equipment and transmit on various Ham radio frequency-bands, from kilocycles, megacycles right up into the gigacycles. In those days without internet this was my way of  making contact with the whole wide world.

When I delivered my final thesis for my diploma as an engineer in electronics it was based on a design for a computer interface that could read the course of a gyrocompass. In this design process I discovered that a compass, which represents a full circle or one cycle, needed a minimum of three measurement points on that circle in order to be able to calculate which direction this compass is pointing. The pointer turns in the middle of this circle.
Using this to measure a stable me, I just needed to be able to balance my three skills of sailing, engineering and playing guitar in such a way that they balanced me just like the balance of the full circle. This circle is defined by the number Pi  which is a ratio or rate between the diameter and the circumference.
This is why I’m a PIRATE!

Nog veel meer over en van Eddo Rats vind je hier

Jeanny Severijns

Jeanny stuurde een abstract in voor het Congres in Perugia.

Heel de tekst kun je hier lezen:

HET LICHTJE

Toen ik een tijdje geleden bij mijn ouders logeerde, is het volgende ongelooflijke verhaal echt gebeurd: Voorzichtig sloop ik de trap op, en ik voelde dat er in dit huis, spoedig iets zou kunnen gaan gebeuren. Boven aangekomen kon ik via een tussendeur, de logeerkamer bereiken. De rest van de bovenverdieping was zolderruimte. Hier stonden de kerstspullen, enkele dozen, een dekenkist, de naaimachine van mijn moeder en de home-trainer. In het schuine dak van de zolder bevond zich een dakvenster. Mijn moeder was al naar bed gegaan. Voor tien uur die avond was ze reeds vertrokken naar de slaapkamer op de begane grond. Mijn vader bleef meestal op totdat er niets interessants meer voor hem op de t.v. was. Ik was nummer twee die ging slapen. Voorzichtig opende ik de deur van de logeerkamer, terwijl ik het lampje op de zolderruimte aanliet. Mijn hart bonsde toen ik in bed lag. Ik moest wachten totdat ook mijn vader ging slapen. “Hè pa, schiet op, zo meteen val ik nog in slaap,” zo dacht ik ongeduldig. “Jij weet immers niet wat er te gebeuren staat” en ik dommelde al een beetje weg. Pa ging nog even naar het toilet dat zich beneden bij de trap bevond en sloot zorgvuldig de voordeur met het nachtslot, maar ondertussen viel ik die verschrikkelijke nacht al in slaap. Zonder dat ik het merkte, had hij het licht van de zolderruimte uit gedaan. “Dat is alleen maar verkwisting, “ zo zou hij de volgende dag zeggen. “Dat is veel te duur.” En ik zou hem dan antwoorden, dat één uur t.v. kijken meer geld kost dan een hele nacht het lampje op de zolderruimte laten branden. Het was op slag pikkedonker geworden op de hele bovenverdieping. Buiten was er geen straatverlichting en geen maanlicht. Ik sliep, en vanwege de duisternis hadden de boze geesten vrij spel. Mijn vader had het licht dat bedoeld was om mij te beschermen uit gedaan. De duivels zweefden over mijn bed. Enkele demonische griezels lagen onder mijn bed te grommen. Eentje hing aan het gordijn dat daardoor even bewoog. Ze werden onrustiger en begonnen herrie te maken. Met hun vlerken raakten ze de tafel en de kleerkast aan. Ik werd wakker toen enkele duiveltjes over mijn gezicht en schouders kropen. Een hevige schrik beving mij en uit alle macht probeerde ik ze weg te slaan. “Waarom heb je dat gedaan, pa? Als je het lampje had aangelaten was dit niet gebeurd”, dacht ik nog even in doodsangst. Ik wist dat mijn leven ervan af zou kunnen hangen. Daarom raapte ik mijn hele verstand bij elkaar. De oplossing was heel eenvoudig, doch moeilijk te volbrengen. Als ik één licht zou kunnen laten branden, zouden de boze geesten opslag moeten vertrekken. De lamp boven mijn bed aanmaken via het trekkoord was geen goed idee; het licht zou te fel zijn voor mijn ogen. Maar het moest nú gebeuren en razend snel vloog ik door alle angsten heen het bed uit. Via de tussendeur die nog steeds op een kier stond, kwam ik meteen bij de lichtknop van de zolder en drukte deze in. Het donker in de slaapkamer en de zolder verdween op het zelfde moment en de duivels vlogen weg van de bovenverdieping. Terug in mijn bed bracht ik mezelf tot kalmte en viel uitgeput opnieuw in slaap. En terwijl ik nog sliep ging mijn moeder ‘s ochtends om half acht naar het halletje om de krant uit de brievenbus te halen. Zij deed tevens het zolderlampje uit. Dit deed ze zonder verwijt later op de dag. Zou ze geweten of aangevoeld hebben dat het licht ‘s nacht moest blijven branden om de duivels weg te houden?

Jeanny Severijns 

Doorbraak uit psychose

In verwarring of in licht,
angst en vrees voor elk gezicht.
Kan er hier nog leven zijn
tussen, waanzin, hel en pijn.


Is het leugen, is het echt?
Is het waar, heb ik recht?
Twijfel, woede, huiver en nog meer;
draaiend, kolkend, duizend keer.


Een grauwe horizon en dan:
Ik voel, daar moet het leven zijn.
Wanneer ik daar geraken kan,
verbleekt mijn zielenpijn.


Mijn leven wil ontluiken.
Wijs mij de weg van voet tot voet.
Dan loop ik over pad en struiken,
het nieuwe leven stralend tegemoet!

Een ervaringsverhaal

Korte omschrijving van de gezinssituatie en de gewone persoonlijke ontwikkeling.

Enkele jaren na het einde van de tweede Wereldoorlog werd ik geboren in een van de mooiste dorpjes in Zuid-Limburg ergens gelegen tussen Sittard en Maastricht. In het mijnwerkersgezin worden tien kinderen geboren; drie overlijden perinataal. Vader en moeder werken hard en op hun manier hebben ze het beste met alle kinderen voor. In zijn jeugd had vader nog echte armoede gekend. Dit is ons bespaard gebleven. Ook mochten wij leren wat we wilden. Moeder kwam uit een degelijke boeren familie. Hoe kon het dan toch gebeuren?

De gebeurtenissen die hebben geleid tot psychotrauma.

Er waren twee oudere broers, Ludo en Henk. Na mij waren er nog drie, Arno, Jos en Wouter. Mijn enige zusje Marleen, was ruim 12 jaar jonger. In die tijd was er een duidelijke opdeling in meisjeswerk en jongenswerk. Ik werd gedwongen om veel huishoudelijk werk te doen vanaf 5 jaar. Lang was ik de enige dochter, miste een zus, en ik werd jaar in jaar uit gepest door de broers. De ouders die het druk hadden, keken weg en ik leed in stilte en vereenzaamde in het grote gezin. Mijn protesten tegen het dagelijkse huishoudelijk werk en mijn roepen om hulp tegen de pesterijen werden genegeerd. Mijn ouders vonden dat ik niks te klagen had: we woonden in een mooi huis, we hadden kleding, eten en mochten naar school. In hun tijd was dat wel anders en gelijk hadden ze.

Mijn oudste broer Ludo was een echte sportman: atletiek, zwemmen, voetballen, badminton.
Hij wilde nog meer spieren en rond zijn 20 ste begon hij met bodybuilding. ‘s Avonds als de rest van het gezin in bed lag deed hij zijn oefeningen in de woonkamer. Maar helaas de dag dat president Kennedy werd vermoord veranderde hij mijn leven. Hij kwam midden in de nacht mijn slaapkamer op, maakte me wakker, vertelde dat hij de radio had op staan, en gehoord had dat Kennedy was vermoord. Zo kwam het dat ook ik stilletjes naar beneden ging om samen met hem naar de radio te luisteren. Toen ging de radio uit en het misbruik begon. Het bleef niet bij die ene keer. Vanaf die historische dag werd ik soms twee á drie keer per week wakker gemaakt in mijn slaapkamer en was hij al met zijn misbruik bezig. Dit heeft ruim zes jaar geduurd, totdat ik de gelegenheid kreeg om het ouderlijk huis te ontvluchten.

Aanvang van de psychiatrische hulp in 1970

In die tijd werkte ik als rijksambtenaar op het Kadaster in Maastricht. Vastgelopen in de thuissituatie, verkering en op het werk, belandde ik zwaar depressief bij een keurige mainstream psychiater uit die tijd. Meer dan pillen voorschrijven deed hij niet. Inmiddels woonde ik bij een kinderloos echtpaar in een naburig dorp. Deze eenvoudige en vriendelijk mensen hadden tijd voor een praatje. Toen ze mij met zakjes pillen zagen thuis komen, werden ze bezorgd. De man was een eenvoudige metselaar en de vrouw een huisvrouw.
“Laat die rotzooi uit je lijf” zo sprak hij bij herhaling. Van de psychiater moest ik dagelijks de voorgeschreven hoeveelheden innemen. Naar wie van de twee moest ik luisteren? Na enige tijd besloot ik naar de metselaar te luisteren, omdat ik het positieve van de pillen niet inzag. Ondertussen was ik reeds verslaafd geraakt aan de voorgeschreven psychofarmaca. Maar ik was mijn tijd vooruit en maakte zelf mijn eigen afkickplan. Na een half jaar was ik bevrijd van deze verschrikkelijke verslaving, met dank aan mijn medelevende hospes. Het contact met de psychiater verwaterde. Dit kwam mede doordat ik inmiddels door de Sociale Dienst werd doorverwezen naar een voorloper van de huidige RIAGG: Bureau voor Levens- en Gezinsmoeilijkheden in Maastricht. De gesprekken met een psycholoog werden enigszins als zinvol ervaren. Ook werd ik geplaatst in een gespreksgroep voor jongeren met allerlei problemen.

Opnames

In 1973 liet mijn psycholoog me weten dat ik opgenomen moest worden in Vijverdal, het psycho-medisch streekcentrum in Maastricht. Volgens de psycholoog was ik zwaar depressief en had psychotische verschijnselen. Ik zou er tot rust kunnen komen en goed verzorgd worden. Omdat ik hem nog steeds vertrouwde ben ik er naar toe gegaan. Echter in no-time ontdekte ik dat ik was opgesloten op een afdeling; pillen die ik van een arts had maar niet gebruikte, werden mij met een trucje ontfutseld. Daar zat ik dan omringd door verraders en zware patiënten.
Ik moest voor gesprekken naar een psycholoog, overdag naar arbeidstherapie waar ik zelf niet voor gekozen had, en we hadden zwemmen en gymnastiek. Voor de rest van de tijd verbleven de patiënten met een verpleger in de zithoek van een lange gang. Als 25 jarigejonge vrouw vond ik dit een diepe vernedering.
Niemand wees me op mijn rechten. Het was een z.g. vrijwillige opname, maar dat wist ik niet. Na drie maanden was ik dit nutteloze verblijf zat en ik zei dat ik weg wilde en wel zo snel mogelijk. Er werd gedreigd: Als ik zou willen vertrekken moest ik een formulier tekenen en mocht ik nooit meer een beroep doen op Vijverdal. Dat laatste klonk mij als muziek in de oren en gretig tekende ik het formulier.
Na deze opname van drie maanden reisde ik terug naar het huis van mijn ouders alwaar ik een onregelmatige bezoeker/gast was geworden. Het seksueel misbruik kon niet meer plaatsvinden, omdat ik nu de slaapkamer deelde met mijn jongere zus Marleen. De pesterijen werden hervat en ik was weer de huissloof van het gezin.
Een half jaar later ontmoette ik in de jongerenpraatgroep waar ik weer deel van uitmaakte, Hans die teruggekeerd was van een opname in Stichting Veluweland. Dit was een neurose- kliniek met voor die tijd een beter soort behandelingen. Mede door hem heb ik me zelf aangemeld en kwam op de wachtlijst.

Het leven in het huis van mijn ouders was niet beter dan in de kliniek Vijverdal. Toch was er een duidelijk voordeel: Het huisadres had geen stigmatiserende lading. Het adres van de psycho-medische kliniek onder een te verzenden brief had dat wel. Maar het werd nog erger in het huis van mijn ouders: Van het feminisme had ik geleerd om eens af en toe ‘nee’ te zeggen. Na maanden had ik de moed om een keer te weigeren om de gezinsafwas te doen. Wat dapper, hè? Moeder riep me een paar keer. Ik antwoordde dat ik al vaak genoeg had afgewassen en nu niet aan de beurt was. Echter binnen een minuut daarna, lag ik met zware hersenschudding, zo bleek later, op de grond.
Jos, een jongere broer en judoka, vond dat ik een afstraffing verdiend had. Moeder zei later op de dag: ‘Had maar afgewassen, dan was dit niet gebeurd.’ De dag erna moest ik weer allerlei huishoudelijke taken en ook boodschappen buitenshuis doen. Een kennis die kwam aanlopen, vond dat ik er bleek uitzag en stuurde me naar de huisarts. Deze constateerde een zware hersenschudding en zei dat ik meteen moest rusten. Mijn huisgenoten werkten tegen en daarom nam de kennis mij de volgende dag mee naar hun huis. Vanuit dit gastgezin ben ik naar het ziekenhuis gegaan voor een hersenonderzoek. De specialist zei me dat de uitslag van het onderzoek doorgestuurd zou worden naar Stichting Veluweland, omdat ik daar naar toe zou gaan nadat ik opgekrabbeld zou zijn. InVeluweland is me er nooit iets over gezegd en ik durfde er niet zelf over te beginnen.

Na enkele weken werd ik door de vader van mijn kennis met de auto naar Veluweland gebracht. We werden gasten i.p.v. patiënten genoemd. De mensen die opgenomen waren, werden geselecteerd op motivatie en of ze het programma zouden aankunnen. Zo was er individuele- en groepstherapie, maar ook, sporten, yoga, meditatie, schilderen, tuinieren, afwassen, en veel gelegenheid en aanmoediging tot sociaal contact met mensen, waar je meer gemeenschappelijk mee had, dan in Vijverdal. De opname was voor maximaal zes maanden. Er werd ook serieus gekeken wat je na de opname zou kunnen gaan doen. In mijn geval werd me na psychologisch onderzoek geadviseerd om naar de Universiteit te gaan. Dat heb ik ook gedaan en mijn studie Opvoedkunde aan de Universiteit van Amsterdam, is ondanks mijn achtergrond, vlotjes verlopen.

Ook in Veluweland kwam het tot een botsing. De leiding had allerlei taken verdeeld onderde gasten. Zo was er een groepje gasten die de kamers verdeelden. Vanwege mijn recente zware hersenschudding en een aanvaring met Melany, een agressieve mede-gaste, had ik een isoleercel met eigen sleutel gekregen. Enkele weken later kreeg ik pas een fatsoenlijke kamer van de leiding. Maar het groepje gasten die de kamers verdeelden wilden mij daar weg hebben, omdat ik tekort op de vier-persoons kamer had gelegen. Een maand voor mijn officiële vertrek hebben zij mijn kamer leeggehaald en de deur ervan afgesloten. De aanblik van al mijn spulletjes die door hen in de hal waren gesmeten, werd me teveel. Ik heb een weekend tas ingepakt en ben acuut vertrokken richting Maastricht.
Tegen elf uur ‘s avonds belde ik aan bij het Crisis Centrum; zo laat konden mij niet meer weigeren. De volgende dag vond ik via een ander lid van de jongerengroep een nieuwe kamer in Maastricht.
Hier woonde ik enkele maanden en als afbouw deed ik een dagbehandeling in Vijverdal.
In september van dat jaar vertrok ik naar Amsterdam om er aan mijn studie te beginnen.

Periode van studeren, werken en nietsnutten

In september 1976 begon ik aan mijn studie Opvoedkunde aan de Prinsengracht in Amsterdam. Wonen deed ik in een studentenflat in Diemen. Snel had ik door dat ik hier moest zwijgen over mijn achtergrond om er bij te horen. Ik was 10 jaar ouder dan de jongste studenten uit mijn jaar. Ik scoorde vooral bij mijn jaargenoten doordat ik al werkervaring had, niet alle theorieën voor zoete koek aannam in het toenmalige linkse universitaire milieu. Voor de studie vond ik wel altijd mensen die graag met me samenwerkten.
Vriendschappen waren niet heel diep en eenmaal afgestudeerd was ongeveer alles weer voorbij. Ik kwam niet aan betaald werk. Enerzijds omdat er begin jaren ‘80 een enorme werkeloosheid was onder de academici. Anderzijds omdat ik me niet in staat voelde om het werk te doen waar ik voor was opgeleid. Mijn rugzak zat vol onverwerkte trauma’s. Mijn sociale netwerk was zwak.
Ik besloot om nog een studie in Maastricht te doen. Dan maar de eeuwige student uithangen. Dit heb ik een half jaar vol gehouden. De gebouwen waar we voor de studie Gezondheidswetenschappen naar toe moesten lagen verspreid in de stad. Het heen en weer reizen werd me fysiek te zwaar, de bijzondere studiemethode van Maastricht beviel me niet, de motivatie liep terug en ik stopte ermee. Er volgde een periode van weken soms maanden niks doen, af en toe een uitzendbaantje of een parttime baantje. Oude onbehandelde trauma’s begonnen weer op te spelen in de vorm van nachtmerries, waanideeën, visuele hallucinaties, en hevige angsten. Ondertussen ging ik weer ambulant naar de Riagg in Maastricht. Ook vond ik een praatgroep voor vrouwen die seksueel misbruik hadden meegemaakt. Toch waren mijn problemen niet te hanteren en zo werd ik alcoholist en stopte met activiteiten buitenshuis en reageerde niet meer op mijnkleiner wordende vriendengroep.

Tweede grote psychiatrische episode met langdurige opname, 2001-2009 in de RIBW.

In het jaar 2001 werd ik opgenomen in een RIBW te Valkenburg. RIBW staat voor Regionale Instelling Beschermende Woonvormen. Achteraf vond ik dat een onjuiste afkorting voor een instelling die werd aangestuurd door een hooghartig management. Volgens mij betekent RIBW: Redelijk Inconsequent en BetWeterig.
Voor mijn psycho-sociaal herstel was deze 9 jaar durende opname overbodig. Wel werd ik biologisch-somatisch in leven gehouden, maar er waren ook enkele gevaarlijke momenten tijdens mijn verblijf. In 2005 moest ik van het management overgeplaatst worden naar een twee-persoons appartement in Sittard.
In 2006 haalden ze het in hun hoofd om Kees, een man van mijn leeftijd met teveel seksuele ambities, bij mij te plaatsen nadat Nathalie, een jonge vrouw vertrokken was. Waren ze vergeten dat ik een heftig verleden van jarenlang seksueel misbruik had gehad? Voorspelbaar ging dit mis. Mijn melding van aanranding door deze medebewoner, werd niet serieus genomen en ook de Onafhankelijke Klachtencommissie verklaarde mijn klacht ongegrond. Toch verdween Kees na een tijdje, maar niet omdat ik dat zo graag gewild had, aldus een van de woonbegeleiders. Er werd weer een vrouw geplaatst op de vrijgekomen kamer. Agnes bleek op verschillende locaties niet te handhaven te zijn geweest, vanwege haar moeilijke gedrag naar huisgenoten. Gezamenlijke ruimtes delen met haar was bijna onmogelijk. Toen ik na doodsbedreigingen door medebewoonster Agnes nog niet beschermd werd door de woonbegeleiders, ben ik weggevlucht uit de RIBW. Die zelfde dag deed ik tevergeefs aangifte bij de Politie.

Herstel.

Jeanny

Gelukkig kwam ik vrij snel na mijn vlucht uit de RIBW – weliswaar met hulp van het teamhoofd van de RIBW locatie Sittard – in contact met een kleine zorgaanbieder die er voor zorgde dat ik op een veilige plek zelfstandig en met PGB begeleiding kon wonen. Het herstel zette in door zelf na te denken en relevante wetenschappelijke boeken te lezen. De meeste hulpverleners beschouwde ik als goedwillend, doch nogal ondeskundig in mijn problematiek. Het zelf nadenken bracht me al eerder uit de psychose. In de periode van zelfstudie stuitte ik o.m. op Francine Shapiro, de grondlegster van de EMDR trauma-behandeling. Spoedig daarna nam ik het besluit om EMDR te gaan doen in Maastricht. Zo kon ik de symptomen van mijn tot dan toe onbehandelde psychotrauma’s aanpakken. Eindelijk woonde ik veilig, had enkele betrouwbare hulpverleners die bij mij thuis kwamen en een paar steuncontacten in mijn omgeving. De EMDR kon een kans van slagen hebben. Zo had ik in 2011 8 sessies gedaan en was ik 63 jaar oud. Er werd een eerste en goed begin gemaakt met het opruimen van een last die ik decennia lang had meegezeuld. De visuele hallucinaties zijn toen vrijwel gestopt. Een half jaar na de afsluiting van de EMDR kon ik meedoen aan een experimentele 3D therapie aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam in 2012 met een laatste effect meting in 2013. Deze 3D therapie zie ik nu als een soort voorloper op de thans populaire Virtual Reality bril. Hierna waren vooral mijn paniek- en angstklachten verminderd.

Nog steeds ben ik niet volledig genezen. Wel ben ik nu redelijk in staat om één voor één, de resterende trauma’s zelfstandig te verwerken en mijn weg in het leven te vinden.

N.B. De voornamen van familieleden en cliënten zijn fictief omwille van privacyredenen.

Jeanny Severijns

Enkele artikelen van Jeanny Severijns

Het verdwenen Ik in gevecht met de innerlijke vijand.

Verborgen ervaringsdeskundigheid – verschenen in Deviant – 85

Een reactie op bovengenoemde artikel – verschenen in Deviant – 86

In memoriam Bill George

door Jeanny Severijns        01-10-2021

Op 2 september j.l. overleed mijn trouwe vriend Bill George op 84 jarige leeftijd in het Verzorgingshuis Vreedonk te Dordrecht. Ik mocht aanwezig zijn bij de uitvaart aldaar.

Bill, geboren in Engeland in Southend-on-Sea, ten oosten van Londen, studeerde filosofie aan de universiteit van Cambridge. In 1975 emigreerde hij naar Nederland. Bill kreeg de diagnose schizofrenie en werd enkele keren kort opgenomen in een psychiatrische kliniek. In zijn ervaringsverhaal schrijft Bill dat hij met medicatie – hij was erg tevreden over fenothiazines – met een lichte beperking, over het algemeen een zinvol en waardevol leven kon leiden. In Nederland aangekomen ging Bill meteen werken als redacteur bij Uitgeverij Reidel in Dordrecht. Hij redigeerde vooral tijdschriften en boeken in het vakgebied van de filosofie. Het meest trots was hij over het zetklaar krijgen van een nieuwe publicatie over een onbekende filosoof en kardinaal uit Polen die tot paus Johannes Paulus II werd gekozen. ‘Cardinal Karol Wojtyla, The acting person’, werd een bestseller. Tot aan zijn pensioen bleef hij werken bij de uitgeverij en daarna nog op freelance basis.

Bill woonde met zijn partner John in Dordrecht. Zes jaar geleden overleed John.
Verder was Bill een trouw lid van de Anglicaanse Kerk in Rotterdam.
Na zijn pensioengerechtigde leeftijd ging Bill zich serieus inzetten voor de patiëntenvereniging Anoiksis, een vereniging van en voor mensen met de diagnose schizofrenie. Zo werd hij o.a. de Buitenland-coördinator voor de vereniging. De naam ‘schizofrenie’ beviel hem niet.
Anoiksis had een prijsvraag uitgezet voor een andere naam en de winnaar werd uiteindelijk Psychosegevoeligheids Syndroom (in het Engels PSS, Psychosis Susceptibility Syndrome). Samen met Aadt Klijn heeft Bill deze nieuwe naam gepromoot o.a. in het Engelse vaktijdschrift ‘Psychological Medicine’.

De nieuwe naam werd aanvankelijk slechts gebruikt door de leden van de patiëntenvereniging. Maar Psychosegevoeligheids Syndroom wint aan populariteit en ook in kringen van psychologen en psychiaters, waaronder ISPS, begint men de nieuwe naam te gebruiken.
In die tijd kwam ook het boekje ‘Psychosegevoelig…?’ tot stand en werd verspreid door Anoiksis. Ook hieraan heeft Bill zijn medewerking verleend. Het werd een boekje voor en door mensen met psychosegevoeligheid. Een jaar later volgde de Engelse vertaling hiervan: Psychosis me? En uiteraard heeft Bill hier een belangrijke rol in gehad.

Bill was een regelmatige bezoeker van allerlei congressen over psychiatrie. Op een van die congressen heb ik hem ontmoet; dat was in september 2009. Het was het eerste Wereldcongres over ‘Stemmen Horen’ dat in Maastricht werd gehouden. Vanaf die tijd werden we vrienden.

Bill heeft vooral in zijn latere leven, vele artikelen geschreven over psychiatrie en ook onderhield hij als Buitenland-coördinator van Anoiksis, digitaal contact met psychiaters en lotgenoten van over de hele wereld.

Bill we zullen je zeker gaan missen. Je was een goede vriend en ook een echte gentleman.

Bronnen:

–    Bill George: Schizophrenia: a personal account, Social Work Today, 23-02-1987.     
Vertaling Corine Webster: Een psychische stoornis: in een onwerkelijke wereld leven. Schizofrenie een ervaringsverhaal, 1987.

–    Psychosegevoelig…? Copyright Anoiksis, 2013

–    Annemarie Hoogendijk: Toespraak tijdens de Uitvaartdienst op 08-09-2021.

Een interessant artikel in Trouw uit 2013: “Gespleten geest is niet inferieur”